Verhalen uit de praktijk

Hieronder ontroerende verhalen uit de praktijk. Situaties die me dusdanig hebben geraakt, dat ik ze wel op moest schrijven.

 

Omdat het persoonlijke situaties zijn, heb ik de namen gefingeerd.

Een basisschool in Groningen. Mei, 2019

Tekst: Mirjam Offringa

 

Merel

groep 1

Één meisje bleef lang in mijn gedachten vandaag. Merel. Merel zit in groep 1A. Ze leek iets ouder dan de andere kinderen uit haar groep. Ik schat haar minstens 5 jaren jong. Toen de leerkracht duidelijk maakte dat ik als kunstenaar naar hun klas was gekomen om met hen aan een eigen kunstwerk te werken, kon zij haar enthousiasme niet bedwingen. “Ik word later ook een kunstenaar!” riep ze meteen.

 

Ik kan mij niet herinneren dat ik, toen ik nog maar net vijf jaar oud was, al wist wat ik later wilde worden. Laat staan dat ik wist wat een kunstenaar was. Het kan dan ook niet anders, dan dat zich in de omgeving van Merel een kunstenaar begeeft. Want het klonk alsof ze precies wist wat dit inhield. 

 

Blijkbaar had mijn workshop indruk gemaakt. Want na de workshop heeft ze me wel drie keer opgezocht, terwijl ik bezig was met andere groepen. De eerste keer liep ze even apart naar me toe om te zeggen dat ze de workshop zo leuk had gevonden. “ Wat ontzettend leuk om te horen” zei ik en ik bedankte haar. Merel liep weer verder. Even later kwam ze nog eens. Om te vragen of ik haar kunstwerk wel mooi had gevonden? Oeps, blijkbaar was ik niet complimenteus genoeg geweest. Wat ze had gemaakt was, t.o.v. het werk van veel andere kinderen, zeker niet opvallend. Nee. Maar het spijt me dat ik er blijkbaar niet genoeg over heb gezegd. Het is dan ook niet eenvoudig om, met een klas van 28 kinderen en een workshop van slechts 1 uurtje, alle kinderen evenveel aandacht te geven. Al zou ik dat het liefste willen. Wellicht is ze gaan malen. Omdat ik andere kinderen wel op complimenten heb getrakteerd. “Jouw kunstwerk was prachtig!” zei ik daarom maar gauw. Maar eigenlijk om haar vooral een goed gevoel te geven:” En om eerlijk te zijn vond ik alle kunstwerken prachtig”. En dat meende ik. “Want ieder kind maakte totaal iets anders en dat is heel bijzonder!” legde ik uit.  Ze glimlachte en liep weer terug naar haar eigen klaslokaal. Was ze naar me toegekomen om haar onzekerheid weg te nemen? Om te checken of ik ook vond dat zij nu al het juiste pad had gekozen? Zo merk je maar weer hoe belangrijk het is om iemand aandacht en een complimentje te geven.

 

Toen ze voor een derde keer naar me toe liep, zei ze bevestigend: “Ik word later ook een kunstenaar”. Ze was nu duidelijk ècht overtuigd. 

En toen kroop ze me stevig aan.

Ibrahim

Groep 2

Voor in de klas, links bij het raam, zit een jongen stilletjes te huilen. Hij heeft zich omgedraaid, met de rug naar de andere kinderen toe. Zodat ze hem niet zien. Hij lijkt zelfs zijn adem in te houden. 

 

Het jongetje heet Ibrahim. En gezien zijn prachtig golfende, dikke zwarte haren, zijn grote bruine ogen, zijn gebrekkige Nederlands en zijn Arabische naam, acht ik de kans groot dat hij uit Syrië komt. 

 

Zojuist heb ik een opdracht voorgelegd aan de kinderen van groep 2B. Eerst heb ik ze laten kijken naar vierkanten en rechthoeken. En uitgelegd hoe Piet Mondriaan daar de laatste jaren van zijn leven mee speelde. De opdracht aan de kinderen was dan ook, om een eigen kunstwerk te tekenen met vierkanten en rechthoeken. 

 

Na het tonen van wat voorbeelden leken de kinderen te begrijpen wat je allemaal zou kunnen doen met vierhoekige vormen. Als kunstenaar wil je ook weer niet teveel demonstreren en uitleggen, om zoveel mogelijk aan de verbeelding en fantasie van het kind over te laten. Op die manier daag ik ze uit zelf oplossingen te bedenken op de vragen, die dan automatisch ontstaan. 

 

Maar voor Ibrahim was dat iets te veel gevraagd. 

Toen alle kinderen meteen van hun stoel opsprongen, om aan de slag te gaan, voelde ik in mijn linker ooghoek, dat iemand stilletjes bleef zitten en zich heel voorzichtig richting het raam draaide. Ik draaide met hem mee en ontdekte toen dikke, stroperige tranen, die geduldig hun weg over zijn lichtjes opgeblazen wangen zochten. Ik besefte dat de jongen mij tijdens de inleiding helemaal niet was opgevallen. Ik had hem letterlijk en figuurlijk over het hoofd gezien. Ik zakte daarom gauw door de knieën en zag toen aan de naamsticker op zijn shirt dat hij Ibrahim heette. “ Hee”  zei ik zachtjes. Zachtjes, want hij wilde duidelijk niet opgemerkt worden. ” Waarom huil je?”  vroeg ik. Hij haalde zijn schouders op. Toen besefte ik, dat hij de Nederlandse taal nog niet zo goed beheerste als zijn klasgenootjes. Maar ik deed een poging: “Of weet je nog niet wat een vierkant is?“ vroeg ik. Hij schudde zijn hoofd. “Of een rechthoek?”. Weer schudde hij zijn hoofd. Och, dat arme joch. Hij heeft dus helemaal niets van mijn inleiding begrepen en heeft blijkbaar ook geen vragen durven stellen. Ik voelde me schuldig. Ik legde het nog eens heel rustig uit en liet hem wat voorbeelden zien. Hij leek het nu te begrijpen en begon al wat te kalmeren. Maar toen begonnen de tranen opnieuw: “Ik niet tekenen”. “Kan jij niet tekenen?” vroeg ik ” maar daar geloof ik helemaal niks van!” reageerde ik. “Iedereen kan tekenen. Dus jij ook! Als je het gewoon probeert, kan je het ineens”. Ik leek hem nog niet te overtuigen, gezien de gefronste wenkbrauwen. “Maar wat tekenen!?” en weer kwamen er tranen. “Alleen vierkant?” vroeg hij angstig. “Probeer eerst maar eens een vierkant te tekenen of een rechthoek. Dan komt de rest vanzelf!” probeerde ik. “Maar hoe vierkant of rechthoek?” vroeg hij toen. “Kijk eens om je heen?” vroeg ik. “Dat raam hier naast jou, is dat een rechthoek of een vierkant?”. “Rechthoek” antwoorde hij al wat opgelucht. “Ah, gelukkig” dacht ik. "Hij begrijpt het nu wel". “En dat Digibord daar, is dat een vierkant of een rechthoek?”. “Een rechthoek” antwoordde hij nog meer opgelucht. “Ha!” zei ik “dus als je goed om je heen kijkt, zie je best veel rechthoeken en vierkanten!". Maar wat tekenen met vierhoek?” vroeg hij weer. “Weet je wat, ik ga je stiekem helpen” fluisterde ik zachtjes in zijn linker oor. ”Misschien kan je wel een robot tekenen, van vierkanten en rechthoeken. Maar niet verder vertellen, hoor!”. Toen verscheen er een grote glimlach op zijn gezicht. Maar net zo snel verdween deze weer en besefte hij angstig “maar ik kan niet robot tekenen…”. “Als je het probeert, dan kan je het ineens wel” probeerde ik hem te overtuigen. Maar Ibrahim durfde niet. Weer kwamen er tranen “ik kan niet tekenen. Ik doe fout”. En toen bleek dat Ibrahim nog nooit had getekend. “Nou, dan help ik je even” zei ik. Samen met Ibrahim zocht ik een rustiger plekje op in de klas. “Wat vind jij een mooie kleur?” vroeg ik. Hij antwoorde niet, maar liep toen zelf naar de plastic bakken toe. In iedere bak had ik andere kleuren stiften en potloden gelegd. Ibrahim koos een blauw, groen, rood en zwart tekenpotlood en liep toen weer terug naar zijn plek. Maar hij wist niet hoe hij moest beginnen. “Probeer eerst maar eens vier strepen te tekenen. En dit dan zo te tekenen, dat iedere streep de andere raakt". Hij durfde niet. “Nou vooruit” zei ik “dan teken ik de eerste twee strepen en dan mag jij het afmaken”. Ik tekende twee strepen. Een horizontale, die werd afgesloten door een verticale. Hij leek het door te hebben, want toen tekende Ibrahim vervolgens de andere horizontale en verticale streep, waardoor er een rechthoek ontstond. “Ha! Gelukt!” zei ik enthousiast ”je hebt een rechthoek getekend!”. Er verscheen een tevreden glimlach op zijn gezicht. Dapper durfde hij daarna zelf een hele rechthoek keurig daarnaast te tekenen. “Zijn voeten” zei hij toen “voeten van robot”. “Ah, maar moeten er dan ook twee benen op?” vroeg ik hem. Toen bleek dat hij niet het verschil wist tussen benen en voeten. Dus legde ik dat uit. Hij koos daarop voor de makkelijke weg en besloot dat de voeten dan nu benen waren geworden en dat de robot geen voeten hoefde. Maar toen vertrok zijn gezicht weer: ”ik kan niet buik tekenen!”. “Lijkt zijn of haar buik op een vierkant of een rechthoek?” vroeg ik hem. “Een vierkant” antwoorde Ibrahim overtuigd. “Nou, dan teken je nu een vierkant boven deze twee rechthoeken” reageerde ik. Weer durfde hij niet te beginnen uit angst het niet goed te doen. Dus hielp ik hem weer met de eerste twee strepen. Één verticaal en één horizontaal. Hij maakte het af. Gelukkig bedacht hij toen zelf de volgende stap. Want nu moest er een knop op de buik komen, vond hij. Zonder erover na te denken, tekende hij een ronde knop. En toen schrok hij, want de opdracht was alleen met vierkanten en rechthoeken te gaan tekenen. Weer kwamen er tranen “ ik heb ronde knop tekenen. Mag niet. Niet vierkant. Ik heb fout gedaan!”.“ oh, maar zo erg is dat niet. Je kunt er nu alsnog een vierkantje van maken” zei ik geduldig. “Probeer maar” “Ik doe het niet goed” dacht hij weer hardop. “ Maar het gaat verder toch goed?” vroeg ik hem. Toen maakte hij van het rondje een vierkantje. “ Ik snap wel dat je een ronde knop had getekend, hoor” zei ik “ dat draait toch veel lekkerder dan een vierkante? “. " Soms moet je je niks van de regels aantrekken, als je zelf een beter idee hebt". "Wat zou er eigenlijk gebeuren als je er aan zou draaien?” vroeg ik toen. Ik zag hem denken, maar vond geen antwoord. “ misschien gaat de robot dan wel springen!” grapte ik.  Ibrahim lachte. En toen leek het ijs eindelijk gebroken. Ibrahim ging verder tekenen. Er kwam een vierkant hoofd bovenop. Wel met ronde ogen, maar vooruit. En, gelukkig, er werd ook een glimlachende mond op getekend. Er kwamen rechthoekige armen en vierkante handen. Er kwamen twee sprieten met daarop twee kleine vierkantjes. “Kan de robot daarmee voelen?” vroeg ik “Dat zijn oren” legde Ibrahim uit. Ibrahim kreeg nu de smaak te pakken en besloot er nog een robot naast te gaan tekenen. Mooi. Dan kon ik nu weer aandacht aan de andere kinderen gaan besteden. Maar toen ik later zijn kant op keek, zag ik dat hij weer ineen was gedoken. Ik ging naar hem toe. “Benen nu aan elkaar..” concludeerde hij verdrietig. Blijkbaar had hij extra zitten tekenen op de rechthoeken, maar iets te lang door getekend, waardoor er nu geen opening meer zat tussen de twee benen. “Oh, maar misschien heeft de robot nu een rokje aan getrokken!” fantaseerde ik. “Kan niet” reageerde Ibrahim “robot is mannetje”. “Oh, maar mannen hebben ook wel eens rokken aan, hoor” reageerde ik. “ En anders maak je er een vrouwtjes robot van?” Ibrahim kalmeerde weer en leek alweer ideeën te krijgen. Ik kon hem weer loslaten. 

 

Toen ik later weer even langsliep om te zien hoe het ging, zag ik naast de kleine robot ineens een hele grote robot. De grote robot droeg een rok.

 

Ibrahim kon met moeite het potlood weer neerleggen, toen de tijd daar was om te stoppen.

Berend

Groep 2

 

Wat was ik onder de indruk van de tekening van Berend uit groep 2c vandaag. Ook deze groep had ik de opdracht gegeven om een kunstwerk te maken met vierkanten en rechthoeken, in aansluiting op mijn korte inleiding over de laatste werken van Piet Mondriaan. Het resultaat bij Berend was verbluffend. Hij was duidelijk met potlood aan het bouwen geslagen. Vierhoeken op elkaar, door elkaar en naast elkaar. En hij had hele andere kleuren gekozen dan de andere kinderen in zijn klas: Miami blue, appeltjes groen en zacht bruin. Van het begin tot het allerlaatste einde van de workshop was hij in volle concentratie aan het tekenen. Continue op zoek naar nieuwe composities en oplossingen. Maar helaas, de tijd was om. Over vijf minuten kwamen de ouders de kinderen halen. 

 

Klokslag 12:30 uur verlieten de kinderen het klaslokaal. Maar een paar minuten later kwam éen kind terug. Het was Berend. Nu met zijn moeder aan zijn hand. Hij vroeg of hij zijn tekening alvast aan zijn moeder mocht laten zien. Maar natuurlijk! De moeder bleek niet onder de indruk en besteedde er dan ook niet langer dan 6 seconden aandacht aan. “ Ja” zei ze wat kortaf “ leuk, hoor”.  Ze wilde zich meteen weer omkeren om het klaslokaal te verlaten. Maar daar stak ik een stokje voor. ” Bijzonder, hè?” Vroeg ik haar. Toen zag ze mij ineens staan en keek me vragend aan. Dat de tekening bijzonder was, had zij duidelijk niet opgemerkt. “Dat een jongen van zijn leeftijd al zo tekent, is heel bijzonder” zei ik. “ oh ja?” vroeg ze met opgeheven neus. “Ja”  bevestigde ik. “ het is bijzonder hoe hij binnen de tekening continue zoekt naar composities en oplossingen. Hij is hier al bouwend aan het tekenen”. “ Oh, ja dat kan”  zegt ze dan. “Zijn zus houdt ook zo van tekenen”. “ Zij wil later architect worden”. “ Nou, wie weet” reageerde ik. “wil hij dat later ook wel”. “Hij houdt inderdaad wel van bouwen” zei de moeder en trok Berend mee naar buiten, niet geïnteresseerd in zijn tekening en al helemaal niet in een diepgaander gesprek. 

 

Iedere bloem heeft zonlicht nodig.

Hopelijk lukt het Berend zich aan zijn eigen licht vast te houden.

Fatiha

Groep 1

Vandaag had ik heel even tijd voor een kopje koffie, heerlijk buiten, op het schoolplein. De kinderen van groep 1 mochten op dat moment even buiten spelen. Toen kwam er een meisje uit groep 1, op een kleine paarse driewieler, naar me toe gefietst. Het was Fatiha. Ze herkende me, omdat ik afgelopen dinsdag ook een workshop kunsteducatie aan haar groep had gegeven. Ze stopte vlak voor mijn benen en stelde toen heel veel vragen over de workshop van afgelopen dinsdag. Daarna maakte ze de meest prachtige opmerkingen, waar ik erg om moest lachen. Maar ineens schrikt ze, slaat haar handen op haar wangen en roept: ”Oh! Jij hebt allemaal streepjes!”. “Streepjes?” vraag ik. Dan strijkt ze met haar wijsvinger heel veel malen over haar wangen en langs haar mond. “Oh!, je bedoelt rimpels!” reageer ik geschrokken. “Maar dan ga je dooood!” roept ze dan en slaat haar hand voor de mond, die zojuist wijd open is gevallen. “Oh ja?” reageer ik, nog meer geschrokken. “Ja, wanneer mensen heel veel streepjes krijgen, dan zijn ze al hééééééél oud en dan gaan ze dood!”. #ikvoelmeèchtoudnubedankt

Postadres en atelier:

 

Heerestraat 76 (1 hoog)

9301 AH RODEN (Dr.)

mail >>

Tel: 06 12 44 3330

Zakelijke gegevens:

 

KvK nr: 50176218

BTW nr: NL001432225B87